groep 7 De Vedelaar
 
(Advertentie)

Woorden met onbeklemtoonde i

 

In woorden als verdedigen, rustige en wijziging valt de klemtoon niet op de i. Dus schrijf je na de i één g.

 

Woorden als perzik en havik valt de klemtoon niet op de laatste klankgroep. dus schrijf je het meervoud met één k.

 

uitnodigen - beschadigen - de verdediging - de wijziging - grinniken - de monniken - bevestigen - vernietigen - de vergiftiging - de perziken - de haviken- de leeuweriken - de slimmeriken - kennissen - tenissen

het milieu - officieel speciaal - provinciaal - Italiaans - het pensioen - het station - nationaal - sociaal - de specialist - professioneel - religieus - internationaal - sensationeel - de perfectionist

 

Je hoort /lj/ je schrijft li : milieu

Je hoort /sj/ je schrijft ci : de specialist

je hoort /sj/ je schrijft si : pensioen

Je hoort /sjo/ je schrijft tio

de trema   R22

 

Twee puntjes boven een klinker noem je een trema.
Meestal staat het trema op de e.

Je schrijft vaak een trema als in een woord twee of drie klinkers naast elkaar staan.
Het trema geeft aan: hier begint de volgende klankgroep.

Het meervoud van zee is zeeën.
Zonder trema staat er iets anders: dat is moeilijk uit te spreken.
Het trema geeft aan: hier begint een nieuwe klankgroep.

 

Maak je een woord op ~ie langer
Let dan op de klemtoon: dat is de klankgroep waar je met je stem op drukt: kopie, klemtoon op "pie"
bacterie, klemtoon op "te" melodie, klemtoon op "die" 

BELANGRIJKE REGEL.

Valt de klemtoon op "ie"?
Dan komt er ~ën bij.

(Advertentie)

Bij stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden hoor je meestal /u/ of /un/ aan het eind. Je schrijft en.

 

Bijv. naanwoorden zeggen iets over het zelfstandig naamwoord.  BV: het dikke boek.

 

Sommige bijv. naamwoorden zijn gemaakt van een materiaal, bv: ijzer. Dat zijn stoffelijke bijv. naamwoorden. 

 

de wollen trui - het ijzeren hek - de gouden ring - de houten stoel - de stenen muur - de leren schoen - de stalen deur - de katoenen rok - de zijden bloes - de rieten mand - het papieren servet - de kartonnen doos - de glazen schaal - de zilveren lepel - de bronzen plak.

WW 19 woorden met wr

In sommige woorden hoor je /fr/, /vr/, of /wr/.

Je schrijft wr. Onthoud die woorden.

 

de wraak - de wrat - het wrak - de wreef - wreed - wrijven - wringen - wrikken - zich wreken - wroeten - ontwrichten - wrang - wrevelig - de wroeging - wrevelig - de wroeging - de wrong - het gewricht

(Advertentie)

WW 16 vt regelmatige ww op ~den

 

Achter de ik-vorm tt komt ~de of ~den.

De woordenboekenvorm van raden en redden eindigen op den. de d zit niet in "t kofschip: de vt eindigt op de of den.

 

de of den komt achter de ik-vorm tt.

raden - ik raad - ik raadde - wij raadden

redden - ik red - ik redde - wij redden.

 

kleden  - ik kleed - ik kleedde - wij kleedden

melden - ik meld - ik meldde - wij meldden

schudden - ik schud - ik schudde - wij schudden

Woorden met ~ch

 

Er zijn meer woorden met ~g of ~gg dan woorden met ~ch. Onthoud de woorden met ~ch.

 

ach - giechelen - hachelijk - pochen - de chaos - belachelijk - noch dit, noch dat - huichelen - het archief - de archeoloog - chemisch - chloor - het chroom - de bochel - rochelen.

Regelmatige werkwoorden in de vt. WW15

 

De woordenboekenvorm van praten  en zetten eindigen op ~ten. De t zit in 't kofschip: de vt eindigt op  ~te of ~ten.

 

te of ten komt achter de ik-vorm van de tt !

 praten (tt) - ik praat (tt) - ik praatte

zetten - ik zet - ik zette

groeten - ik groet - ik groette

 

lachen - ik lach - ik lachte

missen - ik mis - ik miste




Het stukje ~on betekent niet. Ongezond betekent niet gezond.

Het stukje ~loos betekent zonder.

 

ongezond - onveilig - ontvangen - de ontdekking - waardeloos - doelloos - ondankbaar - onmiddellijk - oneven - ontsnappen - de ontploffing - het ontbijt - sprakeloos - bewusteloos - draadloos

Blok 4 les 5 vt regelmatige ww op ~ven en ~zen

VT regelmatige werkwoorden op ~ven en ~zen

De vt eindigt op de(n).

Let op met ww met ~ven en ~zen in de woordenboekvorm. Voor het stukje ~en staat een v of een z. De lettersv en z staan niet in 't kofschip. Dus schrijf je in de vt ~de.

durven - ik durf - ik durfde.

ik leefde (leven)

ik durfde (durven)

ik hoefde (hoeven)

ik reisde (reizen)

ik blossde (blozen)

ik raasde (razen)

 

ik geloofde - ik beleefde- -ik schroefde - ik zweefde - ik verfde - ik vreesde - ik verhuisde - ik omhelsde - ik verbaasde me

 

Woorden met ~y

 

de dynamo - de gymnastiek - gymmen - het systeem - de pyama - de hyacint - hypnotiseren - typisch - de lynx - het gymnasium - de encyclopedie - het mysterie - fysiek - hypermodern - sympathiek

t Kofschip

Als de ik-vorm eindigt op één van de medeklinkers uit 't fokschaap of 't kofschip schrijf je ik-vorm  + te(n). Anders schrijf je altijd de(n).
Bij zwakke werkwoorden als verven en verbazen verandert de v en aan het eind van de ik-vorm in een f  of een s: ik verf , ikverbaas. In de verleden tijd krijgen ze echter de(n)  (ik verfde, ik verbaasde) omdat in het hele werkwoord een z en een v  staan.

Sommige woorden waar een ~t in voorkomt, schrijf je ~t als ~th.

Onthoud deze woorden.

 

de thermoskan - de apotheek - de discotheek - de videotheek - de marathon - de methode - katholiek - enthousiast - sympathiek - de therapie - thans - de theorie - althans - theoretisch - thuis

 

vt regelmatige werkwoorden WW 12 Blok 4 les 1

Bij regelmatige werkwoorden eindigt de vt op ~de(n) of ~te(n).

Bijna alle werkwoorden hebben vijf pv's: drie in de tt en twee in de vt! In de vt is de hij-vorm gelijk aan de ik-vorm.

 

ik voelde - wij voelden  

ik pakte - wij pakten 

ik merkte - wij merkten

ik wandelde - wij wandelden

ik stopte - wij stopten

ik noemde - wij noemden

Hoi allemaal! Op deze pagina verschijnt wekelijks de nieuwe categorieën van spelling blok 4 t/m 6. Blijf oefenen, elke dag 10 à 15 minuten.

Woorden met ct komen uit het Frans. de c spreek je uit als /k/.

 

Hoor jw /kt/? Dan schrijf je meestal ct

Hoor je /ksie/? Dan schrijf je ctie.

 

actief - het product - het effect - het repect - de actie - de reactie - het insect - het contact - het contract - de directeur - de architect - de redactie - de injectie - de bacterie - perfect.

 

reageren - de reactie

selecteren - de selectie

Staat na de c een e, een i of een ij?

Dan klinkt de c als /s/.

cent - cirkel - cijfer

 

Staat na de c een a, een o of een u ?

Dan klinkt de c als /k/

cactus - controleren - cursus

 

Staat na de c een l of een r?

Dan klinkt de c als /k/.

clown - creatief

 

Soms klinkt in ''eén woord de ene c als /s/ en de andere c als /k/.

circus - - circuit


 het circuit - de provincie - de race - het recept - de oceaan - de narcis - procent - feliciteren - de cilinder - de decimeter - centraal- -circa - recent - de recensie - de cello - het medicijn - circus - cirkel - cijfer - citroen - cent - centrum - cel - cement - centimeter - concert - december - precies.


Eindigt een woord op d of t?

Daarachter komt altijd ~ je.

paardje - kastje

 

Verkleinwoorden van woorden die eindigen op a, i, o of u schrijf je met aa, ie, oo of uu.

pizza - pizzaatje , ski - skietje, auto - autootje, paraplu - parapluutje.

 

Veel woorden op ~ing hebben een verkleinwoord op ~inkje.

ketting - kettinkje.

 

het kastje - het blaadje - het pizzaatje - het autootje - het kettinkje - (LET OP!!) het

baby'tje  - het paardje - het feestje - het laatje - het radiootje - het parapluutje - het puddinkje - het raampje - het zinnetje - het mannetje.

Hoor je aan het begin van een woord /k/?

Dan schrijf je meestal k.

Sommige woorden schrijf je met een c. Onthoud die woorden.

 

de speculaas - de cake - het carnaval - de truc - het succes - het café - plastic - compleet - de microfoon - de microscoop - het cadeau - het record - combineren - de conditie - creatief - de conducteur - computer - camera - club - cola - cavia - cactus - camping - caravan - clown - acrobaat - reclame - controleren.

(Advertentie)